Wat zit er achter complotdenken?

Ook na de aanslagen in Parijs van 13 november doken de complotverhalen weer op: het zou een valse vlag-operatie zijn geweest, zodat de Amerikanen en hun bondgenoten Syrië zwaarder kunnen bombarderen. Of, een andere theorie: de Israëlische geheime dienst zou erachter zitten. En nog in januari van dit jaar, toen de redactie van het tijdschrift Charlie Hebdo werd getroffen, circuleerden samenzweringstheorieën over de CIA en de Franse overheid. Het is geen nieuw fenomeen. Wie herinnert zich niet de complotverhalen over 9/11, de moord op JFK en zelfs de maanlanding?

undefined

 

Na elke gebeurtenis met grote gevolgen zoeken we naar logische verklaringen. Dat is begrijpelijk. Maar wanneer er twijfel is over de toedracht, bedenken sommigen hun eigen scenario: ze reconstrueren de feiten tot een verhaal dat hun angsten en vermoedens bevestigt. Het is een combinatie van twee denkfouten. De narrative fallacy en de confirmation bias.

De narrative fallacy is de menselijke neiging om losstaande feiten met elkaar te verbinden zodat een samenhangend verhaal met een kop en een staart ontstaat. Dat de meeste gebeurtenissen niets met elkaar te maken hebben, is voor complotdenkers onacceptabel. Ze rijgen bijvoorbeeld het Israëlisch Palestijns conflict en de Parijse aanslagen aaneen, en voilá, de samenzwering is geconstrueerd. De selectieve perceptie van de confirmation bias doet de rest. Wie eenmaal een complot ontwaart, ziet alleen nog feiten die in het plaatje passen, verder niets anders meer.