Succes baart succes: het Mattheüseffect

Wie heel goed is in zijn vak, valt vroeg of laat in de prijzen. Dit klinkt plausibel maar klopt het ook?

Elk jaar kunnen getalenteerde professionals zich melden voor een beurs, vaak gekoppeld aan een substantieel geldbedrag. Maar waar bijvoorbeeld sporters zich verzekerd weten van een objectief oordeel – ze hebben een wedstrijd gewonnen of een record gebroken – moeten wetenschappers en schrijvers vertrouwen op het onbevooroordeelde rapport van een jury. En dan kun je heel goed zijn in je vak, maar toch net naast de prijs grijpen.

‘De verdeling van wetenschapsgelden door middel van beurzen is een ondoorzichtige, oneerlijke, te veel door toeval gestuurde aangelegenheid,’ verzuchtte Marleen Kamperman op 27 augustus 2019 in de Volkskrant. Volgens de hoogleraar macromoleculaire chemie kun je beter loten: ‘Dat valt tenminste uit te leggen.’

De Groningse hoogleraar is niet de eerste die twijfelt aan schimmige selectieprocedures. Al in de jaren zestig van de vorige eeuw waarschuwde de Amerikaanse socioloog Robert Merton voor de bias van het ‘Mattheüseffect’ bij beoordeling van wetenschappers. Het Mattheüseffect is genoemd naar de parabel van de talenten in een vers van het evangelie van Mattheus en komt erop neer dat de rijken rijker worden en de armen armer. Merton constateerde dat wetenschappers die al op jonge leeftijd succes hadden, daar in de rest van hun academische loopbaan profijt van hebben. Hun naamsbekendheid werkt disproportioneel en cumulatief in hun voordeel, terwijl de verliezers, vaak ook getalenteerde wetenschappers, op achterstand blijven. Status en bekendheid vormen zo een belangrijker criterium voor succes dan kwaliteit.

Dat het Mattheüseffect ook speelt bij de toekenning van beurzen van de Nederlandse wetenschapsfinancier NWO bleek vorig jaar uit een studie van drie sociologen, gepubliceerd in PNAS. Degenen die net een Veni-beurs (tot drie jaar na PhD) hebben gekregen, hebben een 2,5 keer grotere kans om een Vidi-beurs (tot acht jaar na PhD) te winnen dan degenen die net naast de Veni-beurs hebben gegrepen, zo concludeerden de sociologen. Succes leidt tot meer succes.

Ook bij schrijvers ligt het gevaar van cumulatief voordeel op de loer. Hoezeer de naamsbekendheid bij uitgevers als criterium voor kwaliteit wordt gehanteerd, bleek uit een klein experiment met een manuscript van de Amerikaanse schrijver Jerzy Kosinski. Kosinski ontving in 1969 de American National Book Award voor zijn roman Steps. Acht jaar later liet een grapjas het manuscript – zonder titel en met een valse naam - overtypen en stuurde het naar 27 literair agenten bij grote uitgeverijen. Niemand van hen had in de gaten dat het boek al een keer was uitgegeven. Alle 27 keurden het manuscript af. Zonder de naam van Kosinski werd de kwaliteit niet herkend.

De schrijver van dit artikel is Suzanne Weusten, psycholoog en oprichter van de Denkacademie.

Wil je ook leren hoe je denk- en argumentatiefouten kunt herkennen? En hoe je psychologische valkuilen kunt voorkomen? Kijk eens bij onze trainingen en maak kennis met ons denkgereedschap.