Retoriek in de vroemdiscussie

In het debat over verlaging van de maximumsnelheid spotten we deze week drie drogredeneringen: overdrijving, vals dilemma en een hellend-vlakredenering.

Overdrijving

Rutte noemde de stikstofcrisis de grootste crisis die hij in zijn negenjarige premierschap heeft meegemaakt: een crisis van een ‘ongekende omvang’ en met een enorme ‘complexiteit’. Groter dan de vluchtelingencrisis, groter dan de problemen in de jeugdzorg of andere ingewikkelde maatschappelijke kwesties. En nu baalt hij enorm dat hij de maximumsnelheid op autowegen moet verlagen naar 100 km per uur.

De premier overdrijft. Misschien bedoelt hij niet de grootste crisis voor het land, maar de grootste crisis voor zijn partij. Het was immers de VVD die destijds met veel tamtam de maximumsnelheid opvoerde naar 130 km per uur.

Vals dilemma

Hoe complex het probleem ook is, Rutte wist het terug te brengen tot een overzichtelijke tweedeling, maar ging daarbij wel te kort door de bocht: ‘Als mensen straks met Kerst werkloos thuis zitten, omdat ik zonodig 130 wil blijven rijden, kan ik mezelf niet meer in de spiegel aankijken,’ zo betoogde hij. Hier hebben we te maken met een vals dilemma: Rutte versimpelt het complexe probleem door een schijntegenstelling te creëren.

Hellend-vlakredenering

En ja de derde drogredenering kwam van de retorisch begaafde Geert Wilders, die de kabinetsmaatregel aangreep om snel een doelpunt te maken. ‘Nog even en we mogen alleen nog maar met de bakfiets’, gniffelde hij. We hebben deze hellend-vlakredenering in vele varianten voorbij zien komen deze week: nog even dan rijden we stapvoets, nog even en we kruipen over de snelweg, nog even en we hebben geen snelwegen meer nodig, enzovoorts.

De schrijver van dit artikel is Suzanne Weusten, psycholoog en oprichter van de Denkacademie.

Wil je ook leren hoe je argumentatiefouten kunt herkennen? En hoe je psychologische valkuilen kunt voorkomen? Kijk dan eens bij ons ruime aanbod beproefde trainingen en maak kennis met handig denkgereedschap.