Beleidsvoorstellen moeten concreter en beter

Beleidsvoorstellen die naar de Kamer gaan zijn vaak te abstract geformuleerd en argumentatief slecht onderbouwd, constateren de Kamerleden Snels (GL) en Sneller (D66) deze week in het rapport ‘Onderbouwing van beleid’.

Voor dit rapport plozen de twee vijf recente beleidsvoorstellen uit, zoals het Belastingplan 2019 (Financiën) en het Preventieakkoord (VWS). Ze keken naar de toelichting op de doelstellingen, de in te zetten instrumenten, financiële gevolgen en de verwachte doeltreffendheid en doelmatigheid.

Het is wettelijk vastgelegd dat in alle beleidsvoorstellen die naar de Kamer gaan, het doel wordt geformuleerd. Bovendien schrijft de Comptabiliteitswet voor dat bewindspersonen het voorstel argumentatief goed moeten onderbouwen. Voor de Kamer is dit immers een belangrijk hulpmiddel om de regering te controleren.

Geen van de vijf onderzochte beleidsvoorstellen voldoet aan deze eisen. De doelstellingen zijn niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) genoeg geformuleerd, de mate waarin de instrumenten bijdragen aan de realisering van de doelstelling kan veel meer worden toegelicht, en zowel de onderbouwing van de doelmatigheid als de evaluatieparagraaf moeten meer aandacht krijgen.

‘Het is vaak makkelijk om je doel in de meest verheven termen te formuleren,’ zei Sneller tegen Het Financieele Dagblad, ‘maar om te controleren is het belangrijk dat het zo concreet en afrekenbaar rmogelijk is.’ Preventie vindt iedereen belangrijk, ‘maar welk instrument levert welke bijdrage aan dat algemeen geformuleerde doel? Hoeveel minder wordt er straks gerookt? En hoeveel mensen hebben minder last van obesitas?’

De Kamerleden Snels en Sneller doen ook suggesties voor verbetering: zowel voor de indieners van beleidsvoorstellen als voor de ontvangers. Een greep eruit:

  • Formuleer doelstellingen op specifiek en operationeel niveau SMART, des te makkelijker is het om de realisatie ervan vast te stellen.
  • Verwijs naar onderbouwingen van nieuw beleid in departementale begrotingen en jaarverslagen en maak deze beschikbaar.
  • Neem een evaluatieparagraaf in elk beleidsvoorstel op met een uitgebreid monitor- en evaluatieplan waarin staat dat het beleid wordt gemonitord en geëvalueerd en ook hoe, wanneer en door wie.

De schrijver van dit artikel is Suzanne Weusten, psycholoog en oprichter van de Denkacademie.

Wil je leren hoe je een helder en doordacht beleidsplan met een ijzersterke onderbouwing kunt schrijven? Kijk dan eens bij onze training Helder beleid maken.